Wie in 2026 in Nederland een zwaardere aansluiting aanvraagt, krijgt in veel regio's eerst een plek op een wachtlijst. Eind juni stonden daar bij de regionale netbeheerders 15.498 aanvragen voor extra afname, samen goed voor bijna 10.000 megawatt. De NOS spreekt van zo'n 15.500 bedrijven en organisaties die op stroom wachten. In Vlaanderen is het net nog niet echt vol, maar de wachtrij voor industriële aansluitingen groeit er sneller dan ooit.
Netcongestie lijkt een probleem voor netbeheerders en overheden. Toch heeft een bedrijf meer in handen dan vaak gedacht. Dit artikel zet de regels van 2026 voor Nederland en Vlaanderen op een rij, en vooral: wat u vandaag al kunt doen.
Wat netcongestie precies is
Netcongestie betekent dat het elektriciteitsnet op piekmomenten niet het vermogen kan transporteren dat klanten willen afnemen of invoeden. Transportcapaciteit geldt per richting, en dus bestaan er twee soorten congestie:
- Afnamecongestie: kabels en transformatoren kunnen op het piekmoment niet genoeg stroom leveren. Oorzaken zijn onder meer de elektrificatie van bedrijven, warmtepompen en laadpalen.
- Invoedingscongestie: op zonnige middagen willen zonneparken en daken meer stroom terugleveren dan het net kan afvoeren.
Strikt genomen gaat het vandaag meestal om transportschaarste: de netbeheerder verwacht dat de pieken de capaciteit zullen overschrijden en geeft daarom geen nieuwe capaciteit meer uit. Het net staat dus niet voortdurend op knappen, maar wie extra vermogen nodig heeft, krijgt het niet.
Nederland in 2026: de cijfers en de nieuwe wachtlijst
Volgens de voortgangsrapportage van het Landelijk Actieprogramma Netcongestie zag de wachtlijst bij de regionale netbeheerders er zo uit:
| Wachtlijst regionale netbeheerders | Eind 2025 | 30 juni 2026 |
|---|---|---|
| Aanvragen voor afname | 15.154 | 15.498 |
| Gevraagd afnamevermogen | 9.305 MW | 9.986 MW |
| Aanvragen voor invoeding | n.b. | 8.558 |
| Gevraagd invoedingsvermogen | 5.027 MW | 5.693 MW |
In de eerste helft van 2026 kwamen er 2.656 nieuwe afname-aanvragen bij en werden er 1.699 gehonoreerd. Op de eigen lijst van TenneT stonden nog eens 205 afname- en 156 invoedingsaanvragen.
Sinds 1 juli 2026 werkt de wachtlijst anders. Per congestiegebied is er nu één wachtlijst, waarop ook huishoudens en kleine bedrijven staan. De volgorde wordt eerst bepaald door het prioriteringskader van de ACM, dat voorrang geeft aan projecten die congestie verzachten, aan veiligheid en aan maatschappelijke basisbehoeften, en pas daarna door de datum van de aanvraag. Wie geen voorrang heeft, moet in volle gebieden rekenen op wachttijden tot tien jaar. Uitbreidingen van het hoogspanningsnet duren zes tot tien jaar.
Of uw locatie in een vol gebied ligt, ziet u op de capaciteitskaart van Netbeheer Nederland, met aparte tabbladen voor afname en teruglevering. In Utrecht geldt sinds 1 juli 2026 zelfs een aansluitstop voor kleinverbruikers.
Vlaanderen: nog geen echte congestie, wel lange wachttijden
Fluvius benadrukt dat er in Vlaanderen vandaag geen netcongestie is zoals in Nederland, alleen verwachte congestie. Dat klinkt geruststellender dan het is. Fluvius krijgt vier keer zoveel aanvragen voor industriële aansluitingen als vijf jaar geleden, Elia zes keer zoveel. Volgens Voka steeg het aantal dossiers in één jaar van 35 naar 1.250, waarvan 600 voor batterijparken, en loopt de wachtrij bij Elia op tot 56 GW.
Het belangrijkste antwoord is Fall-Back Flex: bedrijven met een middenspanningsaansluiting vanaf 100 kVA krijgen hun volledige capaciteit, maar Fluvius mag tijdelijk vragen om minder af te nemen. Daarvoor is een Netflex-kast nodig. Nadat de regulator de voorwaarden versoepelde, kunnen 760 vastgelopen dossiers op termijn flexibel worden aangesloten. Op 15 oktober 2026 had Fluvius 859 flexibele aanbiedingen verstuurd, waarvan 73 ondertekend.
Fluvius publiceert ook een kaart per stroomgebied, gebaseerd op de verwachte congestie in 2035 en maandelijks bijgewerkt. In oranje gebieden zijn alleen nog flexibele aansluitingen mogelijk, in gele gebieden krijgen aanvragen vanaf 1 MVA extra capaciteit een flexibele aansluiting en in groene gebieden zijn klassieke aansluitingen boven 5 MVA nog mogelijk. De kaart is indicatief, maar wie een uitbreiding plant, bekijkt ze best vandaag al.
| Nederland | Vlaanderen | |
|---|---|---|
| Situatie | Echte congestie in grote delen van het land | Verwachte congestie, nog geen fysieke tekorten |
| Wachtrij | Eén wachtlijst per congestiegebied sinds 1 juli 2026, tot tien jaar wachten | Maanden tot jaren voor industriële aansluitingen |
| Flexibele contracten | Capaciteitssturingscontract, non-firm ATO, blokstroom | Fall-Back Flex vanaf 100 kVA op middenspanning |
| Capaciteit delen | Groepstransportovereenkomst (GTO) | Nog niet mogelijk |
| Kaart | Capaciteitskaart van Netbeheer Nederland | Fluvius-kaart per stroomgebied (prognose 2035) |
Zeven dingen die u vandaag al kunt doen
1. Ken uw werkelijke piek
Netbeheerders denken in kwartierwaarden, en uw piek is zelden wat u denkt. Vraag de meetdata van uw aansluiting op of hang een netanalyser aan het hoofdverdeelbord, liefst een paar weken lang. U ziet dan wanneer de piek valt, welke installaties hem veroorzaken en hoeveel ruimte er op uw bestaande aansluiting nog over is. Zonder die data onderhandelt u blind, met de netbeheerder en met leveranciers.
2. Bespaar: elke kWh minder drukt ook de piek
Het klinkt banaal, maar de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) zet energiebesparing bewust bovenaan het stappenplan tegen netcongestie: wat u niet verbruikt, hoeft het net ook niet te leveren op het drukste moment. Denk aan efficiëntere motoren, perslucht zonder lekken en verlichting die uitgaat wanneer niemand er is.
3. Verschuif wat flexibel is
Niet elke installatie hoeft op het drukste moment te draaien. RVO geeft het voorbeeld van een bakkerij die de ovens vroeger opstart, de koelinstallaties gespreid laat inschakelen en de bestelwagens later op de avond laadt. In een productiebedrijf gaat het om compressoren, koelcellen met thermische buffer, voorverwarming of batchprocessen die een uur kunnen schuiven.
4. Compenseer blindvermogen en win kVA-ruimte
Dit is de maatregel die in bijna geen enkel artikel over netcongestie opduikt, terwijl hij vaak het snelst ruimte oplevert. Motoren, transformatoren en veel elektronica vragen naast nuttig (actief) vermogen ook blindvermogen. Dat blindvermogen verricht geen arbeid, maar loopt wel door uw kabels, uw transformator en uw aansluiting. Het Amerikaanse ministerie van Energie rekent het voor: een last van 100 kW met een arbeidsfactor van 0,70 vraagt 142 kVA. Breng de arbeidsfactor naar 0,95 en dat zakt naar 105 kVA, oftewel 26% minder stroom.
Waarom telt dat bij netcongestie? Omdat aansluitingen en transformatoren in kVA zijn gedimensioneerd. Liander begrenst de transportcapaciteit bijvoorbeeld op de technische capaciteit van de aansluiting, en Fluvius hanteert zijn drempels in kVA en MVA. In Nederland wordt het gecontracteerde transportvermogen zelf wel in kW uitgedrukt, en blindenergie kost bij Liander in 2026 niets per kvarh. De winst zit daar dus niet in een lager contract, maar in ruimte: dezelfde aansluiting, transformator en kabels kunnen meer actief vermogen dragen. Voor een bedrijf dat wil uitbreiden zonder extra netcapaciteit te kunnen krijgen, kan dat het verschil maken.
Een rekenvoorbeeld: een fabriek die 800 kW afneemt bij een arbeidsfactor van 0,80, belast haar aansluiting met 1.000 kVA. Bij een arbeidsfactor van 0,98 is dat nog 816 kVA. Er komt dus bijna 184 kVA vrij, genoeg voor een nieuwe productielijn of een rij laadpalen, zonder één extra meter kabel van de netbeheerder.
Voor stabiele, inductieve lasten volstaat een automatische compensatie zoals onze ICO-R. Bij wisselende lasten, veel frequentieregelaars of harmonische vervuiling is een actieve compensator beter, zoals de ICO-FA, die blindvermogen in beide richtingen compenseert, harmonischen filtert en de fasen kan balanceren. Dat laatste telt ook: een zwaarder belaste fase bereikt haar grens eerder dan de andere twee.
5. Een batterij, maar alleen met slimme sturing
Een batterij kan de afname uit het net verlagen op de momenten dat het druk is, en zo een uitbreiding mogelijk maken binnen de bestaande aansluiting. RVO waarschuwt wel: een slecht afgestelde batterij die op het verkeerde moment laadt, kan de congestie zelfs verergeren. En een batterij geeft geen directe voorrang op de wachtlijst; voorrang krijgen alleen projecten die aantoonbaar congestie verzachten. In Vlaanderen sloot Fluvius intussen 117 Tflex-contracten voor batterijen, waarbij de netbeheerder het laden kan beperken op drukke momenten.
Wij leveren batterijopslag in kasten van 100 tot 520 kWh voor bedrijven en in containers van 2,3 tot 5 MWh voor grotere sites. Het belangrijkste werk zit echter niet in de hardware, maar in de sturing: de batterij moet weten wanneer uw piek valt én wanneer het net vol zit.
6. Kies een ander soort contract
In Nederland bestaan er intussen meerdere alternatieven voor een vaste, onbeperkte aansluiting:
- Capaciteitssturingscontract (CSC), de opvolger van het capaciteitsbeperkingscontract: u stelt flexibiliteit beschikbaar en wordt vergoed wanneer de netbeheerder die afroept. In de eerste helft van 2026 waren er 375 actieve CSC's voor afname, samen 1.548,8 MW, die 68 keer werden afgeroepen, vaker dan in heel 2025. Bedrijven kunnen ook samen een CSC afsluiten.
- Non-firm ATO: geen gegarandeerde capaciteit, in ruil voor een lager tarief.
- Alternatieve transportrechten: tijdsblokgebonden (blokstroom, bijvoorbeeld alleen 's nachts) op de regionale netten en tijdsduurgebonden op het hoogspanningsnet van TenneT. Wie zo'n recht heeft, krijgt korting op de nettarieven. Blokstroom past bijvoorbeeld goed bij het 's nachts laden van een wagenpark.
In Vlaanderen is Fall-Back Flex voorlopig het belangrijkste flexibele alternatief.
7. Deel capaciteit met uw buren
Met een groepstransportovereenkomst (GTO) delen bedrijven op een bedrijventerrein hun transportcapaciteit, terwijl elk zijn eigen aansluiting houdt. De ACM legde de GTO in december 2025 vast; volgens Solar Magazine moeten netbeheerders hem vanaf 2027 aanbieden. Liander tekende in oktober 2026 al zijn tiende GTO, in Lelystad, waar een energiebeheersysteem de laadpalen van de deelnemers afremt op drukke momenten. In Vlaanderen bestaat zo'n regeling nog niet, al is er een lerend netwerk rond collectief energiebeheer op bedrijventerreinen van start gegaan.
Drie misverstanden die we vaak horen
"Met zonnepanelen lossen we ons capaciteitsprobleem op." Zonnepanelen verlagen uw afname alleen wanneer de zon schijnt. Valt uw piek in de ochtend, de avond of in de winter, dan verandert er aan uw benodigde aansluitcapaciteit weinig. In gebieden met invoedingscongestie kunt u bovendien niet altijd terugleveren wat u opwekt.
"Een batterij is de oplossing." Een batterij is een hulpmiddel, geen oplossing op zich. Zonder meetdata over uw piek en zonder sturing die ook rekening houdt met het net, kan ze zelfs averechts werken, zoals RVO waarschuwt.
"In Vlaanderen speelt dit niet." Voor huishoudens en kleine bedrijven klopt dat vandaag grotendeels. Voor industriële aansluitingen niet: wie in een oranje gebied op de Fluvius-kaart wil uitbreiden, krijgt alleen nog een flexibele aansluiting, en de wachttijden lopen op tot maanden of jaren.
Waar begint u?
- Haal de kwartierdata van de afgelopen twaalf maanden op en bepaal uw werkelijke piek, in kW én in kVA.
- Bekijk de capaciteitskaart (Nederland) of de Fluvius-kaart (Vlaanderen) voor uw locatie.
- Laat de arbeidsfactor en de harmonischen meten: compensatie is vaak de goedkoopste kVA die u kunt kopen.
- Maak een lijst van verschuifbare installaties en van besparingen die de piek verlagen.
- Pas daarna rekent u een batterij of een alternatief contract door.
Wilt u weten hoeveel ruimte er op uw huidige aansluiting te winnen valt? Neem contact met ons op: we meten uw installatie door en rekenen de opties voor u uit.
